RKSV Groene Ster bestaat maandag 2 november honderd jaar. Die dag is de feestelijke aftrap van een periode vol activiteiten. Voorzitter Jos Op ’t Eijnde en diens voorganger John Vrolings halen alvast herinneringen op en schetsen de plek van de voetbalclub uit Heerlerheide in de samenleving.
Speciaal voor het jubileum heeft Groene Ster een korte film laten maken. Deze wordt op de dag van de honderdste verjaardag op een groot scherm getoond op sportpark Pronsebroek. In twaalf minuten krijgt de kijker een goed inzicht in de historie van de vereniging. Een rijke historie waaruit John Vrolings, van 1995 tot 2014 voorzitter, en zijn opvolger Jos Op ’t Eijnde de ene na de andere anekdote oplepelen. Zo vertellen ze over die zwarte dag in 1929. Met de aanblik van het huidige complex is het amper voor te stellen, maar dat jaar – vlak na de oprichting van Groene Ster – ging het op deze locatie helemaal mis. “Het heette destijds ‘Terrein vliegveld’. Hiernaast had je in die periode een vliegveldje waar demonstraties werden gegeven. Eén toestel is toen neergestort, daarbij zijn vier doden gevallen.”
Luchtalarm
Groene Ster staat vooral bekend om de successtory’s in het landelijke bekervoetbal. Wedstrijden die kippenvelmomenten opleverden. ‘Groene Ster en de beker, dat is liefde op het eerste gezicht’, klinkt het in de film. Ook hier ontbreekt het niet aan bijzondere verhalen. Neem de legendarische bekerfinale van 1944, waarin de Limburgers door Willem II met 9-2 werden verpulverd. “Heel Heerlerheide was leeg die dag. Op vrachtwagens met fruitkisten gingen mensen naar Eindhoven. Meer dan tweeduizend man”, weet Op ’t Eijnde. Vrolings: “Halverwege stond het 1-1. Waardoor het in de tweede helft zo fout ging? Feit is dat spelers van Groene Ster de nacht voor de finale uit bed moesten voor het luchtalarm. En ze reisden per trein, met daarop afweergeschut, waarin Duitse soldaten toezicht hielden naar de wedstrijd. Van de Duitsers mochten ze niet met de groene ster op hun shirt spelen, want die leek in hun ogen te veel op de Jodenster. Kortom: een hoop intimidatie vooraf. Misschien heeft dat meegespeeld in die afslachting na rust… Een oud-speler heeft me later weleens verteld dat het leek of ze lood in de schoenen hadden.”
Ook de recentere wedstrijden in het landelijke bekertoernooi tegen enkele profclubs blijven eeuwig in herinnering. De winst op (toen nog) eredivisionist VVV in 2019, een ronde later het bezoek aan topploeg AZ.
Of je nu het zoontje van de burgemeester of dat van een bijstandsmoeder, iedereen kan hier voetballen.
Toch noemt Vrolings een ander cupduel als ‘misschien wel grootste evenement’ in het bestaan van Groene Ster. “In 2007 stonden we in de derde ronde van de KNVB-beker, tegen Quick Boys. We moesten van de voetbalbond in de avond spelen, maar wij hadden op dat moment nog geen verlichting langs het hoofdveld. Via onze hoofdsponsor hebben we toen in heel Limburg die- selaggregaten opgehaald en veertien lichtmasten. We verloren helaas, voor 2400 toeschouwers, maar met de opbrengst van die avond hebben we onze huidige lichtinstallatie kunnen aanschaffen.” Het tekent de creativiteit en slagvaardigheid van de club, die meer is dan alleen prestatief voetbal. Hoe wel Groene Ster momenteel de hoogst geklasseerde Limburgse ploeg in het amateurvoetbal is (in de derde divisie) en de ambitie heeft om dat te blijven, verliest de leiding de realiteit niet uit het oog: Groene Ster heeft ook een maatschappelijke functie in Heerlerheide, waar het met ruim negenhonderd leden – waarvan vijfhonderd jeugd -diepgeworteld is. Vrolings: “Als je ziet wat op ons sportpark allemaal gebeurt… Hier komen scholen om te sporten, zijn maatschappelijke activiteiten vanuit het programma Heerlen-Noord”, haalt Vrolings twee voorbeelden aan. Op ’t Eijnde: “We moeten ons niet Calimero noemen, maar de feiten liggen er gewoon: in dit deel is veel sociale armoede. Maar voetbal is een laagdrempelige sport. Of je nu het zoontje van de burgemeester bent of dat van een statushouder of bijstandsmoeder, iedereen kan hier voetballen.”
Loyaliteit
Dat Groene Ster na honderd jaar nog altijd gezond is, ligt volgens de twee voor een belangrijk deel aan de loyaliteit van betrokkenen. “Onze vorige hoofdsponsor was vijftien jaar bij de club, de huidige zit inmiddels in zijn tiende. John is negentien jaar voorzitter geweest, ik ben bezig aan mijn dertiende seizoen. Continuïteit is alles voor ons en loopt als een rode draad door Groene Ster.”
Via Parkstad/De Limburger




